• banner 1
  • banner 2
  • banner 3

Samenwonen

Samenwonen en een bijstandsuitkering

Let op: Samenwonen in de Participatiewet (Wwb) verschilt enorm van je eigen beleving van samenwonen. De meeste mensen hebben zelf het idee dat ze samenwonen als er sprake is van een liefdesrelatie, waarbij ze 1 van de 2 woningen hebben opgezegd en 1 van de partners bij de ander is ingetrokken. In de wet is dit helemaal niet hetzelfde idee!

 

Ten eerste maakt het voor de wet helemaal niet uit met wie je samenwoont. Ook met een familielid, vriend of kennis, zonder liefdesrelatie, kan er al sprake zijn van een gezamenlijke huishouding. Waar het om draait in de wet is op welke manier je je huishouden hebt ingericht. Wat bij veel mensen verbazing opwekt is bijvoorbeeld de situatie dat een vrouw gaat scheiden en tijdelijk bij een vriendin inwoont. Ze eten samen en doen de boodschappen samen, want de gescheiden vrouw heeft ook tijdelijk geen inkomen, en als dank voor het inwonen maakt ze de hele woning schoon. Volgens de wet is hier sprake van samenwonen, terwijl dat niet de bedoeling is van deze dames.

 

In de wet wordt het begrip ‘gezamenlijke huishouding’ gebruikt in plaats van ‘samenwonen’. Er is sprake van een gezamenlijke huishouding bij de aanwezigheid van twee criteria:

1. een gezamenlijk hoofdverblijf en

2. wederzijdse zorg.

 

1. Van een gezamenlijk hoofdverblijf is sprake als je het grootste deel van de tijd samen in dezelfde woning bent. In een week betekent dat dat je meer dan de helft van de week samen bent. Dit is zo als je 4 van de 7 nachten bij de ander slaapt. Dit is dus ook zo als je nog steeds 2 woningen hebt! Je ‘hoofdverblijf’ is namelijk de woning waar je je leven –grotendeels- leidt.
Daarnaast wordt gekeken naar de spullen die aanwezig zijn in de woning. Er wordt gekeken of er veel spullen aanwezig zijn van de partner, die daar officieel niet woont, zoals kleding, administratie, verzorgingsspullen en persoonlijke spullen (foto’s, hobbymateriaal, medicijnen). Die spullen duiden er namelijk op dat je daar je hoofdverblijf hebt.

 

2. Er is sprake van wederzijdse zorg als je allebei iets voor de ander doet. Dit kan bijvoorbeeld zijn voor de ander zorgen bij ziekte, financieel bijdragen aan het huishouden, huishoudelijke taken uitoefenen, oppassen, goederen toevoegen aan de huishouding (bijv een koelkast of tv), de ander wegbrengen met de auto etc.

 

Het is niet zo dat als er 1 schoen van je partner ligt er een gezamenlijke huishouding is. Het is altijd een optelsom van alle feiten en omstandigheden (bijv 4 nachten per week logeren, kleding, administratie en medicijnen aanwezig).

 

Soms kan de gemeente naast een huisbezoek ook ondersteunende bewijzen verzamelen, zoals waarnemingen voor de woning, informatie van andere instantie vragen (bijv SVB, werkgever) en buurtonderzoek. Bij waarnemingen voor de woning kan ook gebruik worden gemaakt van een camera.

 

Ook als je zelf in een gesprek verklaart dat je met de ander samenwoont mag de gemeente al concluderen dat je samenwoont. Dat kan al voldoende bewijs zijn! (er zijn hierop uitzonderingen).

 

Er is geen sprake van gezamenlijke huishouding bij:

kamerbewoning, kostgangerschap, familieleden in de eerste graad (eerste graad = ouder en kind). Je moet kamerbewoning of kostgangerschap altijd wel kunnen aantonen met een huurcontract en betaalbewijzen (kwitanties, maar liever nog betalingen over de bank).

 

Hoe zit het met samenwonen met een broer of zus?

Ook dan is sprake van een gezamenlijke huishouding, tenzij je samenwoont omdat één van beiden dagelijkse hulp nodig heeft in de verzorging.

 

Als je voor de wet samenwoont kan je uitkering lager uitvallen of je krijgt helemaal geen uitkering. Samenwoningen die pas jaren later worden ontdekt kunnen tot hele hoge terugvorderingen leiden. Ik zie regelmatig terugvorderingen van rond de € 100.000,00. En daarbij krijg je dan een net zo hoge boete (dus ook van € 100.000,00).

 

Meld een samenwoning op tijd of direct bij je aanvraag, ook als het tijdelijk is bijvoorbeeld in geval van ziekte. Zo voorkom je een hoop problemen!